Een duurzame gemeente investeert niet alleen in energie en gebouwen, maar ook in mensen die naar elkaar omkijken. Dat klinkt misschien minder meetbaar. Toch is het een vraag die gemeenten niet kunnen negeren: kan een sterker netwerk in de buurt helpen voorkomen dat problemen zwaarder worden?
Modern noaberschap
Modern noaberschap is meer dan de buur die af en toe boodschappen meeneemt. Denk aan een ontmoetingsplek waar ouderen anderen leren kennen, ouders die elkaar helpen met opvoedvragen of vrijwilligers die iemand wegwijs maken bij activiteiten in de wijk. Zulke contacten kunnen steun bieden voordat professionele hulp nodig is. Ze vervangen die hulp niet wanneer iemand haar wél nodig heeft.
Ook het verenigingsleven hoort daarbij. Bij een muziekvereniging, koor of andere culturele activiteit komen mensen regelmatig samen rond iets wat ze graag doen. Ze leren elkaar kennen, bouwen vertrouwen op en merken het mogelijk eerder wanneer iemand steun kan gebruiken. Zo kan cultuur bijdragen aan de sociale samenhang in een buurt.
Een culturele organisatie legt nadrukkelijk de verbinding tussen cultuur en het sociaal domein. Volgens de organisatie kunnen gemeenten, culturele organisaties en zorg- en welzijnsinstellingen samenwerken aan betekenisvolle ontmoetingen en een sterkere sociale basis. Dat maakt cultuur meer dan een activiteit voor de vrije tijd. Het is ook een mogelijke manier om mensen met elkaar te verbinden.
Die verbinding is niet alleen van belang voor het dagelijks leven. Het Sociaal en Cultureel Planbureau wees in juni 2025 op het belang van gemeenschapszin bij crises en grote veranderingen. Gemeenschappen en burgercollectieven kunnen volgens het SCP bijdragen aan minder stress, onderlinge solidariteit en het samen oplossen van problemen. Daarbij is het belangrijk dat mensen ook buiten hun vertrouwde kring verbindingen opbouwen en dat inwoners met minder mogelijkheden niet buiten beeld raken.
Voor gemeenten is het de vraag hoe zij bestaande netwerken en initiatieven kunnen versterken. Waar vinden inwoners elkaar al? En wie bereikt het verenigingsleven of een culturele activiteit nog niet? Wat werkt, zal per gemeente en per wijk verschillen. Dat is het onderzoeken waard.
De financiële kant
Wat kan dit financieel betekenen? Volgens De Staat van Volksgezondheid en Zorg gaven gemeenten in 2025 samen € 21,6 miljard uit aan ondersteuning en hulp onder de Wmo en de Jeugdwet. Hieronder staan de kosten per inwoner voor de Wmo en de Jeugdzorg, onderverdeeld naar de verschillen gemeentegroottes.
Begrote lasten voor Wmo en jeugdzorg per inwoner (2025)
Aantal inwoners Wmo Jeugdzorg
Minder dan 5.000 € 237 € 235
5.000–10.000 € 220 € 235
10.000–20.000 € 245 € 296
20.000–50.000 € 281 € 341
50.000–100.000 € 362 € 400
100.000–150.000 € 579 € 398
150.000–250.000 € 571 € 416
250.000 of meer € 575 € 372
Stel, puur als rekenvoorbeeld, dat een gemeente jaarlijks € 42 miljoen aan deze ondersteuning en hulp uitgeeft. Als gerichte investeringen in buurtcontacten en onderlinge steun daarvan daadwerkelijk 0,5 tot 1 procent voorkomen, komt dat neer op € 210.000 tot € 420.000 per jaar. Of zo’n uitkomst haalbaar is, hangt af van de lokale zorgvraag, de kosten van de aanpak en vooral van de vraag of professionele ondersteuning werkelijk minder vaak of minder lang nodig is.
Daar ligt een opdracht voor gemeenten: geef bewonersinitiatieven, verenigingen en culturele organisaties ruimte om mensen samen te brengen, zonder zorg stilzwijgend bij buren of mantelzorgers neer te leggen. Begin in een wijk, spreek vooraf af wat je wilt meten en toets na een jaar wat de aanpak inwoners én de gemeente oplevert.
Zo wordt modern noaberschap geen mooi woord in een beleidsplan, maar een duurzame keuze die je kunt beoordelen.
Ga ervoor!
ImpACTmakers Gemeenten is een platform dat gemeenten ondersteunt bij het integraal verankeren van duurzaamheid en brede welvaart in de volledige PDCA-cyclus. Meer weten over wat wij kunnen betekenen? Bekijk ons aanbod.

